Negen-graden-liniaal

Met de 9° liniaal een cirkel maken (1)

Het is altijd een uitdaging om met nieuwe materialen en hulpmiddelen te werken. Deze keer maak ik een cirkel met de “Wedge rulers”, oftewel een 9° liniaal. Zoals op de foto te zien is, is deze liniaal onderaan smaller dan bovenaan. Als je langs beide zijden snijdt maak je een soort taartpunt. Een hele cirkel is 360°, dus je heb 40 punten nodig om een cirkel te maken. Er zij ook rulers te koop met een andere hoek, bv. 10°. De 9° ruler wordt het meest gebruikt.

Ik wil geen ronde quilt maken maar een vierkante, en daarom maak ik eerst een ondergrond waar de cirkel straks op moet komen (je kunt ook eerst de cirkel maken en daarna de ondergrond). Mijn ondergrond bestaat uit een middenblok met daar omheen enkele randen, waarmee ik diepte wil suggereren. Dit mag ook best niet symmetrisch zijn.

Dan begint het uitzoeken van de stof en het snijden van de punten. Ik snijd sommige punten uit één stof, andere uit 2 of 3 stoffen. Naai daarvoor enkele repen stof van verschillende breedtes aan elkaar tot een strook van ongeveer 25 cm breed. Leg de 9° liniaal zo op de stof, dat het midden op de draadrichting licht. Snijd rechts en links van de liniaal, met de onderrand van de stof gelijk met de smalle kant van de liniaal. Maak 40 taps toelopende stroken (zie foto) met een lengte tussen 21 en 30 cm voor een cirkel van ongeveer 65 à 70 cm.

Naai vervolgens de stroken twee aan twee aan elkaar, dan met vier bij elkaar en dan acht. Naai de vijf parten van 8 stroken tot een cirkel. Ik heb een naadbreedte van 7 mm. aangehouden. Strijk de naad steeds achter de langste strook. Naai je met een smallere naad, dan worden automatisch je cirkel én het gat in het midden groter.

Wordt vervolgd …